OPENINGSPAGINA    |    DE VERENIGING    |    BANGLADESH   |    ADOPTIE    |    ALGEMEEN

 

1757 ad - 1947 ad

BRITS INDIE | OOST BENGALEN

In 1690 arriveert de British East India Company in Calcutta. Daar stichten ze de kolonie die later bekend zal worden als ‘Brits India’. De Britse Oost-Indische Compagnie bestuurde de regio en in 1858 werd Bangladesh een onderdeel van het Britse Rijk in India. Ze verdreven de Fransen en de Hollanders. Jacob Haafner, zoon van een scheepschirurgijn van de V.O.C., bezocht Bengalen eind 18e eeuw en noemde de Britten 'monsters' vanwege hun 'uitgezochtste onderdrukkingen en afpersingen' en duizend verfoeielijke middelen' (Nederland was in haar eigen kolonies waarschijnlijk niet veel zachtzinniger, maar dat terzijde...). De Britten richtten de kolonie op met als doel het weghalen van de rijkdommen. Tijdens de 200 jaar lange geschiedenis van plundering kwam de industriële revolutie in Engeland tot bloei, maar werd de regio in Azië economisch volkomen verwaarloosd.

De East India Company maakte grote winsten met de uitvoer van katoen- en zijde producten naar de Britse markt. Maar door de Industriële Revolutie kwamen de zaken anders te liggen: kapitalisten wilden de textielproducten zelf gaan maken en de Britse markt moest daarom worden afgesloten voor textielproducten uit Zuid-Azië. Duizenden wevers en handwerkslieden raakten werkloos. Ook scheepswerven, metaalwerkplaatsen, glas- en papierfabrieken konden hun deuren sluiten. Het 450 duizend inwoners tellende, welvarende Dhaka raakte in verval. In 1800 woonden er nog maar twintigduizend mensen. De rest was weggetrokken naar het platteland.

In de dorpen namen de Britten van hun voorgangers het systeem van grondbelasting over. De belasting werd onder de Moguls geïnd door zamindars, rijke hindoes die desnoods knokploegen inzetten om de belasting betaald te krijgen. De Britten pasten dit systeem echter aan en benoemden in 1793 deze zamindars tot erfelijke eigenaren van de grond. Die wet beroofde de boeren in één klap van hun grondrechten. Als nieuwe eigenaars eisten de zamindars bovendien delen van de oogst op. Heel wat boerenfamilies raakten in grote problemen, maar voor de Britten betekende het stabiliteit in hun koloniale rijk. Pas in 1950 werd het systeem definitief afgeschaft.

De cultuur van Bengalen is gevormd door de combinatie van verschillende religieuze tradities. Vandaar het wereldse en vrijzinnige gedachtegoed. Onder de Britse koloniale overheersing maakte de welvarende regio een verschrikkelijke tijd door.

In de 19de eeuw groeit langzaam het anti-Brits bewustzijn. Langzaam begon de lokale bevolking zich steeds meer te verzetten tegen de Britse overheersers. In 1885 werd het Indian National Congres opgericht. De oprichtingsbijeenkomst werd bijgewoond door zeventig afgevaardigden, voor het merendeel hindoes. er werd steeds meer druk uitgeoefend door Islamitische en Hindoe leiders op de Britse regering om het gebied een bepaalde mate van zelfstandigheid toe te kennen.

De Bengalese moslims herkend zich er niet in. Hoewel beide bewegingen hetzelfde doel voor ogen stond, lukte het hen niet om overeenstemming te bereiken over de religieuze, economische en politieke rechten van de Moslim bevolking. In de periode daaropvolgend waser sprake van een toenemende spanning tussen de verschillende bevolkingsgroepen.

Ondanks enige islamitische 'revival'-bewegingen in de 19de eeuw bleven de islamieten in Bengalen bij de hindoes ten achter op het gebied van onderwijs, bestuursfuncties, enz. Mede door de houding van de Britse overheid raakten de belangen van de islamitische elite in Bengalen steeds meer tegengesteld aan die van de hindoes: de bestuurlijke verdeling van Bengalen tussen 1905 en 1911 en het creëren van afzonderlijke islamitische zetels in de volksvertegenwoordiging (1909, 1919, 1935) ondervonden verzet van de hindoes, maar werd door de islamieten toegejuicht en stimuleerde de vorming van islamitische partijen zoals de Moslimliga .

Vooraanstaande moslims uit heel Brits-Indië richtten in 1906 een eigen organisatie op, de All India Muslim League. Deze moslimpartij was voorstander van opdeling van Brits-Indië in een hindoestaans en een islamitisch deel.

Volgens de eerste volkstelling van Brits-Indië, in 1872, bleek rond de 60 procent van de Oost-Bengalen moslim te zijn. De islam vertegenwoordigde voor hen gelijkheid en menselijkheid. Ze voelden zich niet alleen onderdrukt door de Britten, maar ook door veel rijke hindoes. Oost-Bengalen werd steeds meer het achterland van het door hindoes gedomineerde Calcutta in West-Bengalen.

Het idee om een onafhankelijke staat voor Moslims op te richten werd geboren in de dertiger jaren van de vorige eeuw. Algauw kreeg dit idee steeds meer aanhang onder Moslims in Brits India. Op 23 maart 1940 sprak Muhammad Ali Jinnah zich openlijk uit voor een aparte Moslim staat in de 'Pakistan Resolution' voor die regio's in Brits India waar Moslims een meerderheid van de bevolking vormden.

Na de tweede wereldoorlog nam de druk vanuit de internationale gemeenschap op het Verenigd Koninkrijk toe om India onafhankelijk te maken. De Congress Party en de Muslim League waren echter niet in staat overeenstemming te bereiken over een grondwet en een interim regering samen te stellen.

De opdeling in 1947 (officiëel of 15 augustus) van Brits-Indië in de twee onafhankelijke staten Pakistan en India werd een traumatisch gebeuren. Acht miljoen moslims verlieten India en een vergelijkbaar aantal hindoes trok weg uit Pakistan. Er vonden bovendien afschuwelijke godsdienstrellen plaats. Ook Bengalen werd opgesplitst in twee delen, hoewel dit redelijk vreedzaam verliep.

In 1947 werd Brits India dan ook opgesplitst in twee onafhankelijke landen: India en Pakistan. Pakistan zou bestaan uit 5 provincies: 4 in West Pakistan en 1 provincie in het oosten van het voormalige Brits India, ruim 1600 kilometer verder naar het oosten.

De geschiedenis van Pakistan gedurende de eerste 25 jaar van haar bestaan werd gekenmerkt door politieke instabiliteit en economische moeilijkheden. De regering was voornamelijk in handen van een kleine elite uit West Pakistan en nagenoeg alle beschikbare gemeenschapsgelden werden gebruikt voor de ontwikkeling van de westelijke provincies. Dit leidde tot spanningen tussen Oost en West Pakistan.