1947 ad - 1971 ad
ONAFHANKELIJK PAKISTAN | OOST PAKISTAN
Het wordt Pakistan genoemd, en bestaat uit West-Pakistan (het huidige land Pakistan), en Oost-Pakistan (het huidige land Bangladesh). Bengalen werd ook verdeeld: het oosten werd Oost-Pakistan (het huidige Bangladesh) en het westen werd de Indiase staat West-Bengalen. Pakistan bestond toen uit twee delen: West-Pakistan, dat nu bekend staat als Pakistan en Oost-Pakistan, nu Bangladesh. Pakistan ontstond uit deze twee gebieden waarin moslims de meerderheid vormden.
Het nieuwe Oost-Pakistan werd in vele opzichten achtergesteld bij West-Pakistan, waar de regering van het land zeteldeDe bevolking van Oost-Pakistan (het huidige Bangladesh) vormde een kleine meerderheid in het nieuwe Pakistan. De juteproductie uit dit deel van Pakistan zorgde tot 1965 voor bijna tweedere van Pakistans deviezen. Maar Oost-Pakistani waren slecht vertegenwoordigd in bestuurlijk functies en ook het leger telde nauwelijks Oost-Pakistaanse officieren. Van de buitenlandse hulp voor het nieuwe land ging slechts een vijfde naar Oost-Pakistan. De gemeenschappelijke godsdienst bleek niet genoeg om het door meer dan 1.500 kilometer gescheiden land bij elkaar te houden.
Close ties existed between East Pakistan and West Bengal, one of the Indian states bordering Bangladesh, as both were composed mostly of Bengalis. West Pakistan viewed East Pakistani links with India unfavourably as relations between India and Pakistan had been very poor since independence.
In 1948, Mohammad Ali Jinnah declared in Dhaka (then usually spelt Dacca in English) that "Urdu, and only Urdu" would be the sole official language for all of Pakistan [2]. This proved highly controversial, since Urdu was a language that was only spoken in the West by Muhajir and in the East by Biharis. The majority groups in West Pakistan spoke Punjabi and Sindhi, while Bangla was spoken by the majority of East Pakistanis. The language controversy eventually reached a point where East Pakistan revolted. Several students and civilians lost their lives in a police crackdown on February 21, 1952. The day is revered in Bangladesh and in West Bengal as the Language Martyrs' Day. Later, in memory of the 1952 killings, UNESCO declared February 21 as the International Mother Language Day. The deaths led to bitter feelings among East Pakistanis, and they were a major factor in the push for independence.
Het grootste deel van de bevolking woonde in het oostelijk deel van het land en Bengaals was de overheersende taal. Maar de regering in Islamabad negeerde de eis om Bengaals als de officiële taal te erkennen en maakte het Urdu tot de officiële taal van Pakistan. De Oost-Pakistani moesten er niets van hebben. Hun moedertaal, het Bengaals, was al veel langer in gebruik en had zelfs een Nobelprijswinnaar opgeleverd. Op 11 maart 1948 ontstond een massale beweging om het Bengaals als de officiële taal te laten erkennen.
Op 21 februari 1952 bereikte de beweging haar climax. Op deze dag hadden studenten een staking uitgeroepen. Ze gingen de straat op, daagden het gezag uit en probeerden in de buurt te komen van het parlement van Oost-Bengalen om de leden hun eisen voor te leggen. De politie opende het vuur op de campus van de universiteit van Dhaka waar de studenten vreedzaam demonstreerden. Een aantal mensen, waaronder studenten, vonden de dood bij deze beschietingen. Het nieuws hierover sloeg overal in het land in als een bom. De volgende dag was er een landelijke staking die vergezeld ging van protesten en demonstraties. De politie opende weer het vuur. Degenen die de dood vonden bij de beschietingen van de politie werden vereerd als taalmartelaars. Dit waren onder andere Salam, Rafique, Barkat en Jabbar.
In 1956 kregen de studenten hun zin en werd ook het Bengaals een nationale taal. De taalbeweging van 1952 is van grote invloed geweest op het nationalisme. De Bengalese gemeenschap voelde de noodzaak van een eigen onafhankelijk gebied. De overheid van het nieuwe Pakistan is gelegen in het westelijke deel en onderdrukt in feite het oostelijke deel. De Taalbeweging werd de basis voor een nieuw nationalisme en leidde tot de oprichting van de Awami Liga in 1949. Sheikh Mujibur Rahman werd in 1953 secretaris-generaal van de partij, die regionale autonomie als belangrijkste strijdpunt had.
Toen de Awami Liga in december 1970 meer dan de helft van de 313 zetels won en de grootste partij van Pakistan werd, had zij het recht de regering te vormen. De militaire machthebber generaal Yahya Khan besloot echter te wachten. Toen barstte de bom. Maar Pakistan had al een blauwdruk klaarliggen om de landelijke macht te heroveren.
Internationale moedertaaldag
Voor het eerst werd een land gevormd op basis van zijn taal en cultuur. Omdat deze heroïsche opoffering voor de moedertaal nog nooit eerder was voorgekomen, riep de UNESCO 21 februari uit tot internationale moedertaaldag.
