OPENINGSPAGINA    |    DE VERENIGING    |    BANGLADESH   |    ADOPTIE    |    ALGEMEEN

 

1971

DE ONAFHANKELIJKHEIDSOORLOG

Although East Pakistan was the majority province in terms of population, political power remained firmly in the hands of West Pakistanis, specifically the Punjabis. Since a straightforward system of representation based on population would have concentrated political power in East Pakistan, the West Pakistani establishment came up with the scheme of "One Unit", where all of West Pakistan was considered one province. This was solely to counterbalance the East wing's votes. Ironically, after the East broke away to form Bangladesh, the Punjab insisted that politics in the rump West Pakistan now be decided on the basis of a straightforward vote, since Punjabis were more numerous than the other groups, such as Sindhis, Pathans, or Balochs.

After the assassination of Liaquat Ali Khan, political power began to be concentrated in the President of Pakistan, and eventually, the military. The nominal elected chief executive, the Prime Minister, was frequently sacked by the establishment, acting through the President.

East Pakistanis noticed that whenever one of them, such as Khawaja Nazimuddin, Muhammad Ali Bogra, or Huseyn Shaheed Suhrawardy were elected Prime Minister of Pakistan, they were swiftly deposed by the largely West Pakistani establishment. The military dictatorships of Ayub Khan and Yahya Khan, both West Pakistanis, only heightened such feelings.

Finally, when Sheikh Mujib and the Awami League won a clear majority in the elections of 1970, the West Pakistan establishment refused to allow Mujib to form a government. This finally convinced the East that they would never get their rightful political rights in a joint Pakistan and that independence was the only way out.
[edit]

One of the key issues was the extent to which Islam was followed. West Pakistan with an overwhelming 97% Muslim population was much less liberal (in religious terms) than East Pakistan which was at least 15% non-Muslim (mainly Hindus).

While minorities, such as the Ahmadis, were subjected to religious intolerance and riots/pogroms in West Pakistan, the East remained free of such events. The difference between the two wings was made further clear after Bangladeshi independence, when Bangladesh was established as a secular country under the name "People's Republic of Bangladesh" rather than as the Islamic Republic of Bangladesh, while West Pakistan declared itself the "Islamic Republic of Pakistan".
[edit]

Bij de parlementsverkiezingen van dec. 1970, een maand na een verwoestende overstromingsramp, laaiden de anti-Westpakistaanse gevoelens hoog op: de Awamiliga behaalde 288 van de 300 zetels in het provinciale parlement en 160 van de 303 zetels in het nationale parlement. Tegelijkertijd braken in Oost-Pakistan gewapende opstanden uit: het East Bengal Regiment, de East Bengal Rifles (samen ca. 25!000 man) en de Mujib Bahini (ca. 20!000 vrijwilligers, vnl. jonge aanhangers van Mujib) sloten zich aaneen tot een guerrillaleger, de Mukti Bahini.

Onderhandelingen tussen Mujib ur-Rahman en Yahya Khan over de vorming van een regering leden schipbreuk. Op 10 maart 1971 greep de Awamiliga de macht in Oost-Pakistan, en op 27 maart 1971 verklaarde Muji ur-Rahman het gebied onafhankelijk onder de naam Bangladesh. Hij deed deze verklaring op een zelfgemaakte radio vanuit Kalurghat Betar Kendra (Chittagong).

Het Pakistaanse leger, geholpen door de zgn. Razakars (gewapende pro-Pakistan groepen, moslim-extremisten en Bihari’s (moslims die in 1947 vanuit India naar Bangladesh waren geëmigreerd)), onderdrukte de opstand bloedig. Mujib ur-Rahman werd gevangengezet.

In de nacht van 25 maart 1971 begon het Pakistaanse leger aan Operatie Bengalen. Pakistaanse leger, elders in het land en troepen richtten op Dhaka University een bloedbad aan. Pakistaanse militairen overvielen het politiestation in de hoofdstad en doodden duizenden politiemannen. Ze staken verschillende gebouwen in brand. aan een bloedige onderdrukking van de opstand, hierbij werden onschuldige mannen, vrouwen en kinderen in groten getale vermoord en werd sjeik Mujib ur-Rahman gearresteerd. Als reactie hierop begon het volk van Bengalen een strategische volksguerilla tegen de goed georganiseerde legermacht. Massale steun van het volk vormde de voornaamste drijfveer voor de vrijheidsstrijders in hun gevecht tegen het wrede leger. De Awami Liga verloor zijn greep op de anti-Pakistaanse beweging, omdat er meer en meer stemmen opgingen om een herverdeling van de grond ten gunste van de arme boeren. De Awami Liga was hiervoor te behoudzuchtig.

Vele Bengali vluchtten naar India, dat zijn grenzen openstelde en internationale aandacht vroeg voor het daaruit voortvloeiende vluchtelingenprobleem (vijf miljoen mensen vluchtten naar India). India had al genoeg problemen met opstandige boeren en gevechten in West-Bengalen en besloot op 14 december 1971 militair in Bangladesh te interveniëren ten gunste van de AL voordat de toestand in eigen land zou escaleren. Indiase troepen trokken Oost-Pakistan binnen.

Na een veldtocht van twaalf dagen capituleerde het Pakistaanse leger. Op 16 december 1971 gaf de Pakistan zich over door het tekenen van een overeenkomst. Na een bevrijdingsoorlog van negen maanden en nadat miljoenen levens waren opgeofferd, werd Bangladesh onafhankelijk verklaard.