OPENINGSPAGINA    |    DE VERENIGING    |    BANGLADESH   |    ADOPTIE    |    ALGEMEEN

 

2600 BC - 321 BC

BRONZEN TIJDPERK | IJZEREN TIJDPERK

Sommige wetenschappers geloven dat Dravidisch sprekende mensen verspreiden zich door heel het Indiaase subcontinent voordat mensen met Indo-Europese taal familie, heden ten dagen doorgaans naar gereferreerd als Ariërs (letterlijke vertaling, "nobel") zich daar settelde. In deze visie zijn de vroegste Indus Vallei nederzettingen (Harappa en Mohenjodaro) vaak geidentificeerd als Dravidisch. Een veelgevolgde theorie die nu controversieel is, suggereerd dat deze mensen geforceerd werden om naar het zuiden te trekken als gevolg van de invasie door de Ariers, wat het ineen storten van de Indus Vallei beschaving veroorzaakte.

Het wordt nu meer waarschijnlijk beschouwd dat het ineen storten werd veroorzaakt door veranderingen in het milieu (droogte). Door het instorten werd de migratie van de Indo-Ariers naar dit gebied aangemoedigd; er ontstond een vergelijkbare situatie met het ineenstorten van het Romeinse Rijk en invasies van de Noord Europese stammen die werden gevolg gedurende de grote volksverhuizing. Het is hierdoor meer voor de handliggend dat Dravidisch sprekenden uit Zuid India reeds in de regio leefden en grotendeels de enige groep die niet beinvloed is door de Indo-Arische migratie.

De Indo-Ariers kwamen rond 1900 BC vanuit het huidige Afghanistan naar India en namen met de Indus Vallei in hun bezit. Rond 1300 BC stuitten ze echter op sterke tegenstand van het volk dat leefde ten oosten van de Ganges in een gebied dat tegenwoordig bekend staat als Bangladesh. Over de vroegste geschiedenis van Bangladesh is weinig bekend. We weten niet veel meer dan de namen van de stammen die er woonden: Kol, Sabara, Polinda, Hadi en Bang. Deze volken vestigden zich rond 2000 BC aan de oevers van de rivieren Ganges, Brahmaputra en Meghna. De meeste linguisten zijn het er overeens dat zij allemaal Dravidisch spraken, maar wel afzonderlijke families vormden.

Hoewel de Indo-Ariers Bangladesh niet weten te bereiken, drong hun religie, het hindoeïsme, wel door tot in Bengalen (het huidige Bangladesh plus de Indiase deelstaat West-Bengalen). Het werd de belangrijkste godsdienst in Bangladesh. Ook de Arische cultuur en de taal die daarmee wordt geassocieerd, Sanskriet, wordt meer prominent door de interactie met de inheemse cultuur.

Over de gebeurtenissen in deze periode in de vroegste geschiedenis is helaas weinig bekend. Er zijn wel diverse theorien over de hierboven genoemde twee belangrijkste volkeren:

Dravidiers:

Er werd aangenomen dat de donker gekleurde Dravidiers grondwettelijk een afzonderlijk ras was. De opvatting correpsondeerde met de europese opvattingen in die tijd dat donker gekleurde mensen primitiever zijn dan lichter gekleurde blanke mensen. Ergo, Dravidians waren envisaged als primitieve vroege inwoners van India die gedeeltelijk verplaatst en ondergeschikt gemaakt werden door de meer ontwikkelde Ariers. De term Dravdisch is afgeleid van het Sanskrit "dr?vida", wat "Zuidelijk" betekend. Het meest waarschijnlijke stamt het uit het Prakrit en is equivalent voor het woord, "Tamil".

Huidskleur heeft onder sterke selectieve druk gestaan, vergelijkbare huidskleur kan ontstaat eerder door adaptatie aan de omgeving dan door genetische banden. Sub-Sahara Afrikanen, stam populaties uit Zuid India en Oorspronkelijke Australiers hebben vergelijkbare huid pigmentatie, maar genetisch verschillen zijn net zo veel als andere wijd verspreide groepen. Daarnaast zijn in sommide delen van de wereld mensen uit verschillende regio's zo uitgebreid vermengd, dat het verband tussen huidskleur en oorsprong substantieel verzwakt is.(Parra et al. 2004).

Dit concept heeft het denken in India over ras en regionale verschillen beinvloed. Het heeft invloed op de legitimatie van aspecten van het Tamil nationalisme, welke bij tijd en wijlen de claimt dat Dravidiers de eerste inwoners van India waren om te kunnen beargumenteren dat de andere bevolkingsgroepen niets anders dan opdringerige indringers waren van de Dravidiers zichzelf zouden moeten bevrijden. De ontdekking van de Indus Vallei Civilisatie in de 1920s, wat bijdroeg aan de misplaatste Dravidiers in het noorden, gaf meer olie op het vuur aan de Dravidische ideen omdat dit impliceerd dat de Indo-Ariers de "ongeciviliseerde barbaren waren" veeleer dan een "superieur ras".

Volgens Tamil Traditie, de Dravidiers komen van oorsprong van het verzonken eiland Kumari Kandam in het zuiden van India. In Mahabalipuram, in de buurt van Chennai, zijn verzonken ruines gevonden in de oceaan

Indo-Ariërs:

De Indo-Ariërs hebben heel noord-India beheerst, tot aan het Vindhya gebergte, en drongen de oorspronkelijke Dravidische bewoners zuidwaarts. De Ariërs brachten hun natuurgoden mee en ook hun tradities van veeteelt en vlees eten. In de loop van de 8e eeuw voor Christus werden de natuurgoden vervangen of geabsorbeerd in de ene god Brahman. In deze overgangsperiode werden ook de heilige hindoe teksen, de veda's, geschreven. De Vedas—een collectie van (samhita) van heilige hymns in het Sanskriet - zijn gecomponeerd en mondeling overgedragen. Ze worden gebruikt door Brahmaanse priesters gedurende heilige ceremonies. Deze teksten vormen de eerste bewijzen van deze culturele periode.

Door een combinatie van de sociale orde van de Indo-Ariërs en de invloed van de priesters ontstond het kastesysteem, dat tot op de dag van vandaag nog bestaat. De controle over deze sociale ordening werd gehandhaafd door strikte regels die de groepen van elkaar scheidden. Er ontstonden allerlei taboes over eten en drinken en omgangsvormen. Elke kaste nam zijn eigen regels aan om zijn superioriteit ten opzichte van een lagere kaste te bevestigen. Zo was het bijvoorbeeld verboden voor een persoon van een lage kaste hetzelfde bord te gebruiken als iemand van een hogere kaste. Sommige van deze taboes bestaan nog steeds in India. Ondanks de dominantie positie van de priesters lukte het hen niet om het eten van vlees uit te bannen. Hierdoor bestaat tot op heden het verschil tussen de gewoonte van vleeseten in het noorden en het veelal vegetarische dieet in het zuiden.

In het jaar 326 BC, bereikte het leger van Alexander de Grote de grenzen van Magadha. In 305 B.C., de Hindu Kush bergen waren natuurlijke grenzen tussen het Maurya keizerrijk, gecentreerd in de Magadha regio in the noordoosten, en dat van de Seleucids. Het leger, The army, uitgeput en angstig bij het vooruitzicht van opnieuw een gigantisch leger tegemoet treden bij de Ganges River, sloeg aan het muiten bij de Hyphasis (het moderne Beas) en weigerde om verder naar het oosten te macheren. Alexander,was na zijn ontmoeting met zijn Officier, Coenus, overtuigd dat het beter was om te keren naar het Zuiden te trekken en veroverde alles op zijn weg richting het zuiden tot aan de Indische Oceaan.